Hoe berekent UWV mijn arbeidsongeschiktheids percentage?
In het kort:
De berekening
Hoe arbeidsongeschikt je bent drukt UWV uit in procenten. Maar hoe berekent UWV dat arbeidsongeschiktheidspercentage?Het UWV hanteert een formule. Deze formule is:
(maatmanloon – restverdiencapaciteit) / maatmanloon * 100% = arbeidsongeschiktheidspercentage
Het maatmanloon is het loon wat je verdiende op de laatste dag voordat je ziek werd. De restverdiencapaciteit is het bedrag waarvan de arbeidsdeskundige van het UWV heeft beoordeeld dat je dat nog kunt verdienen (in andere functies).
Oftewel: je berekent eerst het bedrag wat je volgens het UWV niet meer kunt verdienen: het maatmanloon min je restverdiencapaciteit. Dit bedrag deel je door je oude loon, maal 100%. De uitkomst van deze berekening is het arbeidsongeschiktheidspercentage. UWV bekijkt eerst wat je zou verdienen als je nog gezond zou zijn. Daarvoor kijkt UWV naar je baan voordat je ziek werd. UWV bepaalt daaruit het “maatmanloon”. Het maatmanloon is het loon dat hoort bij de baan die je had.
Daarna kijkt een verzekeringsarts van UWV wat je wel en niet meer kan. Daarvoor gebruikt die Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op deze lijst staan zes groepen functies zoals “verdelen van de aandacht”, “samenwerken” en “hand- en vingergebruik”. Het gaat dus om zowel lichamelijke als geestelijke functies. De verzekeringsarts kijkt bij elke functie hoe goed je dit nog kan.In de volgende stap kijkt de arbeidsdeskundige met de FML welke banen passen bij de wat je nog kan doen. Ook kijkt die naar je werkervaring en opleiding. De arbeidsdeskundige kiest zo drie banen en kijkt wat je daarmee kan verdienen.
Dan bepaalt de arbeidsdeskundige je restverdiencapaciteit. Dat is wat je gemiddeld kan verdienen met de de middelste van de drie banen die de arbeidsdeskundige heeft bepaald. In veel gevallen betekent is dit minder dan wat je eerder verdiende. Daarom heet dit je restverdiencapaciteit.
Tenslotte berekent UWV uit je maatmanloon en je restverdiencapaciteit voor hoeveel procent je arbeidsongeschikt bent. Daarvoor trekt het UWV je restverdiencapaciteit af van je maatmanloon. Het bedrag wat daaruit komt deel je dan weer door het maatmanloon: (maatmanloon – restverdiencapaciteit) / maatmanloon = arbeidsongeschiktheidspercentage.Welk deel van je uren je minder kan werken is niet je arbeidsongeschiktheidspercentage!
UWV gaat uit van hoeveel loon minder je kan verdienen door je beperking. Dat bepaalt wat je uitkering moet compenseren.Je arbeidsongeschiktheidspercentage kan in drie categorieën vallen:
- Minder dan 35%: Als je voor minder dan 35% arbeidsongeschikt bent, dan krijg je van UWV geen uitkering. Zij gaan ervan uit dat je zelf een passende baan met voldoende inkomen kan vinden.
- 35 t/m 80%: Als je tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt bent, dan verwacht UWV dat je nog kan werken of in de toekomst weer kan werken. Daarom krijg je de WIA-uitkering, die valt onder de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)-uitkeringen.
- Meer dan 80%: Als je voor meer dan 80% arbeidsongeschikt bent, dan noemen we dat ook wel ‘volledig arbeidsongeschikt’. In dat geval krijg je een WGA-uitkering als UWV verwacht dat je wel weer kan werken in de toekomst. Als UWV verwacht dat je niet meer kan werken, kun je een IVA-uitkering aanvragen.
- De oproep om op een afspraak met het UWV te komen is bijna altijd verplicht, dus zorg ervoor dat je er bent.





